Lieve vrouw,
Wat goed dat je er bent. Als geen ander weet ik hoe het voelt om jezelf niet te herkennen.
Ik weet hoe het voelt om veel te dragen en onderweg het contact met jezelf langzaam kwijt te raken. Niet als theorie, maar omdat ik het zelf heb ervaren.
In de jaren voordat Faam echt vorm kreeg, gebeurde er veel in mijn leven. Terwijl mijn man studeerde, droeg ik grotendeels het gezin. Later kwam er een periode waarin hij na een ernstig ongeluk lang in het ziekenhuis lag en daarna thuis verzorging nodig had. Na zijn herstel kwamen we in de volgende pittige tijd terecht: onze zoon kreeg een nare heupziekte. Als moeder was ik er voor hem en begeleidde hem door een langdurig ziektetraject.
Ik werkte als sociaal werker, hielp anderen, bleef functioneren en deed wat nodig was. Maar ergens onderweg verloor ik steeds meer het contact met mezelf. Tot mijn lichaam uiteindelijk stop zei. De burn-out die volgde voelde alsof ik gefaald had. Later begreep ik dat het eigenlijk een boodschap was, de eerlijkste die mijn lichaam me ooit had gegeven: dat het tijd was om weer terug te keren naar mezelf.
Faam bestond toen al. Ik heb het vijf jaar geleden opgericht vanuit een verlangen om het anders te mogen doen. Niet harder, niet sneller, maar zachter. Maar door alles wat er in de afgelopen jaren gebeurd is, kon ik er niet volledig voor gaan. Gelukkig bleef het altijd op de achtergrond aanwezig. Waar het kon, werkte ik eraan, beetje bij beetje. Faam heeft geduldig gewacht tot het moment dat ik er echt ruimte voor had. Die ruimte is er nu en ik voel dat dit het werk is dat bij mij hoort.



