Bijna niemand ziet het.
Je lacht. Je werkt. Je zorgt.
Voor de buitenwereld gaat het eigenlijk best goed met je. Maar ondertussen ben je moe. Niet alleen lichamelijk, maar vooral van het altijd ‘aan’ staan.
Je denkt vooruit, onthoudt wat er moet gebeuren en houdt rekening met iedereen. Zelfs wanneer je eindelijk op de bank zit, blijft je hoofd doorgaan.
En misschien is dat nog wel het lastigste: je bent zo gewend geraakt aan doorgaan, dat je soms niet eens meer merkt hoeveel energie het je kost.


















