Een paar jaar geleden dacht ik zelf dat rust iets was wat je moest verdienen.
Eerst alles af. Eerst zorgen dat het thuis goed liep. Eerst er zijn voor anderen. En als er dan nog tijd overbleef, kon ik zelf misschien even ontspannen.
Aan de buitenkant functioneerde ik gewoon. Ik werkte, zorgde, regelde en ging door. Maar ondertussen werd het steeds moeilijker om te voelen wat ík eigenlijk nodig had. Mijn eigen grenzen schoof ik makkelijk opzij, omdat er altijd wel iets belangrijkers leek te zijn. Tot mijn lichaam steeds duidelijker liet merken dat doorgaan niet hetzelfde is als het goed doen. Dat werd voor mij een kantelpunt.
Niet omdat ik vanaf dat moment ineens wist hoe het moest. Wel omdat ik begon te begrijpen dat rust niet ontstaat wanneer eindelijk alles af is. Rust ontstaat wanneer je jezelf onderweg niet steeds verlaat.
Sindsdien kijk ik anders naar persoonlijke groei. Ik geloof niet dat je jezelf voortdurend hoeft te verbeteren. Ik geloof dat echte verandering begint wanneer je leert herkennen wat er in jou gebeurt, opnieuw naar jezelf leert luisteren en jezelf serieus genoeg neemt om daar ook naar te handelen.
Dat is niet alleen iets waar ik over praat. Het is ook de basis van hoe ik zelf probeer te leven en van hoe ik vrouwen binnen FAAM begeleid.






