Waarom voelt het alsof ik alles zelf moet kunnen?

Ik heb wel eens een opstandig stemmetje in mijn hoofd. Bijvoorbeeld als ik op een vrij moment de was sta te doen of de badkamer schoonmaak of bedenk dat ik die muur ook zelf wel kan verven. Niemand vindt dat ik dat moét doen en dat maakt het stemmetje eigenlijk nog interessanter. Ik zie dat er iets moet gebeuren en denk: doe ik wel even. En soms denk ik bijna tegelijkertijd: waarom vind ik eigenlijk dat ik dat moet doen? Ik kan daar behoorlijk rebels van worden.

 

Soms heeft de één een drukke week en doet de ander wat meer. Soms zit de ander erdoorheen en neem jij iets over. Volgens mij hoort dat juist bij samen een leven hebben. En toch is er iets wat me dwarszit. Want, waarom voelt het voor zoveel vrouwen zo normaal om die ruimte, het vrije moment, te vullen? Er valt onverwacht een afspraak uit en je hebt een uur niets. Er ontstaat een heel uur waarin even niemand iets van je nodig heeft en voordat je het weet doe je de was wel even of ga je stofzuigen of ruim je dat kastje op of doe je een ander klusje. Voor je het weet is dat uur, dat heel even van jou leek te zijn, alweer van alles en iedereen. Ja, je kunt zeggen dat je dat dan gewoon niet moet doen, maar dat vind ik te simpel. Want waarom doé ik het? Waarom voelt het bijna zo logisch om te doen en waarom voel ik tegelijkertijd weerstand als ik het doe.

 

Ik denk dat er bij mij nog iets anders onder zit. Ik ben heel zelfstandig en regel mijn eigen zaken. Zo kan ik prima een muurtje behangen, meubels in elkaar zetten of iets uitzoeken waarvan ik niet weet hoe het zit of werkt. Kom maar door, ik doe het wel. Ik red mij wel. Daar ben ik ook trots op. Ik vind het fijn dat ik mezelf kan redden en niet hoef te wachten tot iemand iets voor mij doet. Ik verdien mijn eigen geld, neem beslissingen en kan mijn leven goed organiseren. Maar, soms vraag ik me af waar zelfstandigheid ophoudt en bewijsdrang begint. Want ik kan het zelf klinkt heel anders dan ik moet het zelf kunnen. Daar zit volgens mij iets. Zo wil ik niet afhankelijk zijn en niet degene zijn die iets niet kan. Dus werk ik, zorg ik, regel ik, til ik, klus ik, los ik op. Ergens vind ik ook nog, dat ik dat allemaal zou moéten kunnen. Dat is best een bijzondere erfenis van vrijheid. We mogen alles, maar zijn we daardoor per ongeluk ook alles gaan dragen?

 

De sterke en dappere vrouwen voor ons, hebben gestreden voor iets wat voor mij inmiddels normaal voelt. Studeren, werken, eigen geld verdienen, een carrière hebben, zelf beslissingen nemen en niet afhankelijk hoeven zijn van een man om een leven op te bouwen. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor, maar ik vraag me steeds vaker iets af. Hebben we onderweg teveel vastgehouden?  Veel vrouwen werken net als mannen buitenshuis, alleen zijn we niet ineens gestopt met het verantwoordelijk voelen voor thuis. We zien de volle wasmand, weten wanneer wie schone gymkleren mee moet nemen, denken aan de tandarts, weten dat er een cadeautje gekocht moet worden en zien dat de wc weer een poetsbeurt nodig heeft. We onthouden dat er volgende week iets op school is en als onze partner een drukke werkweek heeft, denken we ook nog: Laat maar, ik doe het wel. Zelfs in onze taal is het nog niet aangepast. Als je man thuis veel doet, helpt hij goed mee in het huishouden. Hij helpt. Ik blijf dat een interessant woord vinden. Want als hij helpt in het huishouden, wiens verantwoordelijkheid is het huishouden dan eigenlijk? En daar zit mijn rebellie. Volgens mij is dát waarom ik soms zo opstandig word.

 

Wat ik ook interessant vind, is waarom vind ik dat ik alles moet kunnen. Waarom voelt het goed om sterk en zelfredzaam te zijn en bijna ongemakkelijk om iets niet zelf op te lossen. Wat maakt dat een leeg uur snel ingevuld wordt door iets nuttigs? Hoe kan het dat ik goed rekening kan houden met een ander als diegene het te druk heeft gehad, maar vind ik het lastiger om mijn eigen vrije tijd diezelfde waarde te geven. Het gaat dus niet om de vraag wie het vaakst schoonmaakt thuis, maar hoe diep het verantwoordelijkheidsgevoel daarvan in mij zit. Wat hebben we geleerd over sterk zijn, over vrouw-zijn. Wat leerden we over jezelf redden of niemand tot last willen zijn. Hebben we geleerd dat je moest laten zien dat wij het óók kunnen. Is het mogelijk dat iets wat ooit vrijheid betekende, langzaam een nieuwe norm is geworden? Ik kan alles, dus ik moet ook alles kunnen? Sterk zijn betekent niet dat je alles moet kunnen dragen.

 

Dan kom ik terug bij dat ene uur, bij die afspraak die onverwacht uitvalt. Voordat je direct iets nuttigs gaat doen, blijf dan even stilstaan. Wat gebeurt er vanbinnen? Wat ga je doen met dat uur dat ineens van jou is? En misschien zelfs interessanter: voelt het uur van jou?